elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: laning

laning , loanîngs , loanêns , te Grijpskerk onderleggers = de planken eener bedstede, onderlagen waarop het bed rust. (v. Lennep, v. Dale: laning = planken brug, overloop.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
laning , lanis , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , zie laning 1.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
laning , laning , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Meestal in het meervoud lanings, soms laningen. – 1) De onderlagen van een bed of bedstede, de losse planken waarop het beddegoed of het stro ligt. Daarnaast ook bedlaning. || Heb-je de lanings al of’schrobt en ’et beddegoed buiten ’ebrocht. – In de Wormer spreekt men van lanissen. || De lanissen leggen niet goed, er ben nag reten tussen. – Ook in Gron. noemt men de planken van een bedstede loanings (MOLEMA 245). 2) De losse vloer van smalle, op kleine afstand naast elkaar liggende planken die van onder met dwarsleggers verbonden zijn, achter in de vissersschuit. De vissers staan op de lanings en hebben daardoor geen hinder van het water, dat onder in de schuit is. – Op Marken zegt men in dezelfde zin lanen (Taalgids 4, 200). – Bij VAN LENNEP, Zeemanswdb. staat laning opgetekend in de bet. planken brug, overloop; VAN DALE voegt nog daarbij deel van de kruitkamer. – Het woord komt reeds in de Middeleeuwen in N.-Holl. voor. || Noch wtgheleyt an mijns heren baerdze te vermaken: … van 2 spaerhoute 12 d., item …, 12 planken totter laninghe ende totter deylinghe, tstic 2sc., Rek. d. Graf. v. Holl. 1, 412 (aᵒ 1345). Het woord zal wel verwant zijn met laan, lan, als benaming der dwarsliggende balken, die tezamen het vijf- of zeshoekig onderstel voor het beweegbare rieten dak van een hooiberg vormen. Vgl. BERKHEY, Nat. Hist. 9, 219 vlgg.,waar de lannen nauwkeurig worden beschreven en afgebeeld. Het woord schijnt thans aan de Zaan onbekend te zijn; de bargen met beweegbaar dak zijn daar trouwens zeer zeldzaam. Vroeger is het woord echter ook in N.-Holl. gebruikelijk geweest. || Item 6 barchroeden ende 6 laen, 6 pond, Rek. d. Graf. v. Holl. 2, 556 (a° 1345). Het komt in de Middeleeuwen ook elders voor; vgl. FRUIN, Bijdragen 9, 22, waar uit een Gelderse rekening van het jaar 1414 wordt medegedeeld een betaling aan twee holtsnijders, die de lanen sneden tot de berge, waarvoor de roeden gekocht waren, en nog een betaling aan de smid voor het leggen van 6 banden aan de berglanen. – Aldaar is ook sprake van een “wijndelsteen (wenteltrap), waaraan lanen gemaakt werden”. Vgl. verder de in Mnl. Wdb. IV, 91 aangehaalde plaats uit de Rechtsbronnen v. Harderwijk, waar gesproken wordt van “die stakette ende lane van de brugge”, en waar lane waarschijnlijk leuning betekent.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
laning , loanings* , Nederlandsch onderlagen.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
laning , loanens , (ouderwets), laningen (planken onder bedstede)
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
laning , lanings , lanis, lanes , zelfstandig naamwoord meervoud , Beddeplanken waar de matras op rust. Het woord is waarschijnlijk een afleiding van het oude woord lane = dwarsliggende balk, leuning. Vgl. Boek. Vgl. Fries lanings = vloerplanken van voor- en achteronder in een schip.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
laning , laning , laenink , zelfstandig naamwoord , lanings , laniñkie , [O] oprijlaan van boerderij, met aan beide kanten bomen; ; laenink [sGr] 1. oprijlaan naar een boerderij met bomen aan weerskanten Ook laning 2. smal rijpad tussen twee stukken land (meestal door sloten gescheiden)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal