elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Lucas

Lucas , Loeks , Lucas of Lukas. Vgl. toesterloeks.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
Lucas , Loeks , Lukas; vgl. toesterloeks *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
Lucas , Lüks , eigennaam , Lucas
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
Lucas , loekas , mannelijk , hoofd van Jut (krachtmeter op kermissen).
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
Lucas , Loeks , Luuks , mansnaam (Zuidoost-Drenthe, Noord-Drenthe). Ook Luuks (Zuidwest-Drenthe) = 1. Lucas, z. ook loeksie 2. naam voor een haan (Zuidwest-Drenthe, noord) *Loeks laks leverworst / Wesse wat de botter kost? (Pdh); Luuksie mit fluuksie / Mit fluitie in ’t gat / Luuksie wol fluiten / Maor het fluitie dat brak (Hgv); Luuksien mit fluuksien / Mit fluitien an de neers / Wat keken de jonges en wat lachte Jan Geers (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Lucas , Lukas , in volgens Lukas stipt, zoals het hoort
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal