elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Maarten

maarten , [het luchten van de kleren in maart] , meerten , luchten der kleeren in Maart. “Pronkt de burgervrouw met hare kleederen alleen in haar kabinet en aan heur lijf, de boerin doet dit ook nog op eene andere wijze, bekend onder den naam van meerten. De eerste zonnige dag nl. welke de maand Maart schenkt, wordt door de redzamme boerinne besteed aan het luchten van haar kistentuug, d.i. hare garderobe, eene bezigheid, welke het ijdele niet weinig aan het nuttige paart. Geen enkel voornaam en degelijk kleedingstuk blijft dan in huis, alles wordt dan daar buiten ten toon gespreid. Paal en boom, heg en struik, alles is er mee bedekt, even alsof een nikstart of watertap dezelve aldus heinde en ver langs het erf had verstrooid. Dit uitstallen duurt, indien het weder zulks maar even toelaat, den ganschen dag.” Dr. Mosaïk 2 St. p. 7 e.v.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
Maarten , [eigennaam] , Meerten , Marten , (mannelijk) , Maarten, Martijn.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
Maarten , Marten , (mannennaam) = Maarten of Martinus; soms ook Meerten, bvb. in Sunte Meerten, vergel. start * en steert * = staart.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
Maarten , Maarten , mansnaam , Maarten, vooral in De piep aan Maarten geven ophouden met iets of: overlijden *Het is mij um het even / Maarten of Steven, ...Waander of Steven (Bor), ...Ik heb Reinder net zo lief as Steven (Sle), ...Of ik Harm krieg of Steven (Odo, Wee), ...Hennerk of Steven (Schl), ...Of ik de klappen krieg van Maarten of van Steven (Bco), ...Of ik mit Meerten steut [stoten bij het biljarten] of Steven (Vtm), ...Ik heb Steven net zo lief / Die schrif mij nog wal ies een brief het is mij om het even, het kan mij niet schelen (Sle), z. ook Klaos
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
maarten , mèerten , mjeerten , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe). Ook mjeerten (Zuidwest-Drenthe, noord) = 1. de boel luchten in maart Vrogger gungen de kleerkasten lös en dan gungen ze an het meerten (Ruw) 2. zeuren (Zuidwest-Drenthe, zuid) Hij hef altied wat te meerten (Flu)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal