elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: mallen

mallen , mallen , met een vrouwspersoon = d’r mit ommallen = d’r bie touhollen = er gemeenschap mee hebben. (Huyghens: ghij light met Klaas en malt.) – Ook hoort men in de Ommelanden: ommeelen met iemand, zooveel als het Nederlandsch mallen = zich gek aanstellen. – Heeft men lekkers te verdeelen, dat niet in den zak kan gestoken worden, dan heet het: eet ’t moar op, den is ’t mallen doan, zooveel als: dan zijt gij in rust. (v. Dale: Als ’t op is, is het koken gedaan.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
mallen , mallen* , vergel. bij v. Dale: als ’t op is, is ’t koken gedaan.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
mallen , malle , werkwoord , Mal doen, stoeien, gekheid maken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
mallen , mallen , zwak werkwoord, onovergankelijk , 1. mal praten (dva) 2. stoeien, gek doen Hol toch ies op te mallen, straks reert er eine (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
mallen , malle , werkwoord , malde, gemald , koehoorns , (koehoorns korter maken) malle (fr. 'mallard': kleine slijpsteen(?) VB: De huün van de koo woerde korter gemak en biégevyld zoedat ze joûnger oétzaoge.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal