elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Martinus

Martinus , Marten , Meerten , Maarten of Martinus. Vgl.: start, steert = staart, en zie: oa.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
Martinus , Meerten , zie Marten .
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
Martinus , Matten , eigennaam , Maarten. Sunte Matten: St. Maarten
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
Martinus , Tienes , Tienus , Martinus.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
Martinus , Mies , Martien.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
Martinus , Mart , Tien, Ties, Tinus , Martinus.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
Martinus , Maert , eigennaam , dialectuitspraak voor de naam Maarten
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
Martinus , Mart , Martien, Martje, Tien, Tienes, Teng , Martinus
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
Martinus , Tienes , Tieneske , Martinus
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal