elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: mate

mate , moat* , zie ook mainje *; verder als versterkende vergelijking, meestal in ongunstigen zin: hij ’s zoo arm, slof, dronkend, as te moat, waarschijnlijk = in de ergste mate.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
mate , maote , zelfstandig naamwoord , mate , (met mate) mêt maote VB: Beer ês lekker, meh dreenk 't maote.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal