elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: meesteren

meesteren , meesteren , onder heelkundige behandeling zijn. Ook heelkundig behandelen. Hier meer van ’t vee dan van menschen.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
meesteren , meistern , mestern , onder geneeskundige behandeling zijn, medicineeren; Gron. mestern, Friesch Overijs. meistern, Zeel. meesteren, bij Hooft, alsook Jer. 51:9 meesteren = verplegen, heelen, genezen. (Van Dale. dokteren en meesteren = onder geneeskundige behandeling zijn, deze dikwijls noodig hebben.)
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
meesteren , [meester zijn; geneeskundig behandelen] , meisteren , (zwak werkwoord) , dokteren of leeren; hé meistert mit üm, hij heeft hem als dokter; hi meistert daor, hij is er schoolmeester.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
meesteren , mestêrn , onder geneeskundige behandeling zijn; schertsend voor: aan stukken smijten, breken van glas- of aardewerk Friesch, Overijsels meistern, Drentsch mestern, meistern, Zeeland meesteren, Noord-Brabantsch mistere. Jer. 51:9 meesteren = verplegen, heelen; Hooft meesteren = genezen. West-Vlaamsch meesteren met = een geneesheer, of een geneesmiddel gebruiken. (De Bo). Zie ook: doktêrn, en: meesteren bij v. Dale.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
meesteren , mestern* , iron. ook = stukbreken, zie doktern * (1 en 3); vgl. meesteren bij v. Dale.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
meesteren , mäisteren , zwak werkwoord , meesteren, dokteren, de baas worden
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
meesteren , meistere , werkwoord , Dokteren, onder doktersbehandeling zijn (verouderd). Vgl. Fries masterje.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
meesteren , meistere , meisterde, haet gemeistert , beheersen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
meesteren , meestern , meistern, mestern, mistern, mèestern , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied). Ook meistern (Zuidwest-Drenthe), mestern (Kop van Drenthe), mistern (Midden-Drenthe), mèestern (Zuidwest-Drenthe, zuid) = 1. dokteren, kwakzalven Ik bin der zölf mit an het meistern, mar misschien kan ik er beter ien bijhaelen (Wsv) 2. de baas spelen (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents zandgebied) Most aal niet zo over dat kind zitten te meestern (Wed)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
meesteren , meisteren , werkwoord , onder behandeling van een arts zijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
meesteren , mêêstere , werkwoord , mêêster, mêêsterde, gemêêsterd , aan de dokter zijn Ze is al een hêêlen hort menkeerende; ik denk dasse al tien jaer an ‘t mêêstere is Zij is al heel lang ziek; ik denk dat ze al tien jaar aan de dokter is
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal