elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: melkvaalt

melkvaalt , melkvaller , melkval, melkvoart , (Ommelanden), in ’t Westerkwartier ook melkvoart, de afgesloten plaats, ook wel een overdekt hok, waar de koeien en schapen, in het land, worden gemolken. (Bij Wassenb.: eester, iester, een klein, bij huis gelegen, met water omringd en door een dam afgesloten, vaak ook met boomen in de wallen beplant stukje lands, waar het vee tegen den melktijd wordt bijeenverzameld. – Van Halsema: valte, een melkvalder, zijnde een besloten plaats in het land waar in men de koeijen melkt. –) Zal staan voor: melkvaalt, (dat niet, maar: mestvaalt, dat wel bij v. Dale voorkomt, en = overdekte of onoverdekte kuil tot berging van mest, alsook: vaalt = mestkuil.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
melkvaalt , melkvaller* , (Ommelanden) = melkvoart (Westerkwartier)
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal