elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: op en neer

op en neer , op en neer , (ook op en del*) = vertrouwelijk, dagelijks omgaande met iemand: op en neer mit ’n ander wezen, op en neergoan mit ijmand; vergel. op en of * en ijgen *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
op en neer , [op en neer] , op en nieër , op en neer
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
op en neer , up-èn-neer , zelfstandig naamwoord , een 'op en neer'; Henk van Rijen - (textiel) schacht van een weefgetouw
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
op en neer , obbeneer , heen en terug
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal