elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: oudkraams

oudkraams , oldkroams , zij is vijftien doag oldkroams = veertien dagen zijn sedert hare bevalling verloopen; dou zij achtdoag oldkroams was lijp ze al weer over deel.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
oudkraams , oldkroams* , Nederlandsch kraams.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
oudkraams , oudkraams , bijvoeglijk naamwoord , Uit de kraam, na de bevalling. | Ze is nag maar vier dage oudkraams. Vgl. Fries âldkreams.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal