elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ouds

ouds , olds , oldsk, olsk , (oudsch); dʼr olds oetkieken = er ouder uitzien dan de jaren meebrengen = ʼn old gezicht hebben; oldske of oldsche, olsche botter = boter door ouderdom bitter smakend; de melk is olsk zegt men als zij is van den vorigen dag, wanneer dus de versche, aangename smaak er af is. Oostfriesch olsk ûtsên, alsook: olske botter.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
ouds , olds* , Nederlandsch ouwelijk.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
ouds , ouws , ous, ousk, ouwsig, ouwsk, ouwskig , bijvoeglijk naamwoord en bijwoord , 1. (Nogal) oudbakken. | ’t Brood is ouws(ig). 2. (Nogal) muf, onfris. | ’t Lucht hier ouws(ig).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
ouds , oolds , bijvoeglijk naamwoord , oudachtig, nogal oud eruitziend, smakend enz.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
ouds , oolds , in bi’j oolds van ouds
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal