elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: overgeven

overgeven , overgeven , voor ’t Nederlandsch. “opgeven”, in twee beteekenissen: bloud overgeven (vergel. bloudspeien *) en: ik geef ’t over = ik geef het op, ik geef het verloren; in de laatste beteekenis echter ook bij v. Dale.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
overgeven , uaavergiieven , gaf uaaver, uaaveregiieven , braken; zich bij iets neerleggen. Hei gif et uaaver.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
overgeven , ôvergêéve , braken, overgeven.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
overgeven , overgeve , werkwoord , in de combinatie ’t overgeve, er in berusten.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
overgeven , euvergaeve , gouf euver, haet euvergegaeve , overgeven, overhandigen. Als “braken” wordt bedoeld, gebruikt men: sjpieë.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
overgeven , oavergeem , gaf oaver, oaver egeem , overgeven.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
overgeven , overgeven , sterk werkwoord, (on)overgankelijk , 1. overgeven, spugen Jaantien was toch zo ziek, het hef griezelig overgeven (Oos) 2. niet door laten gaan Wij wolden hen de markt, mar het was zo slecht wèer, det wij hebt het mar overgeven (Pes), Dat kun ik niet best overgeven laten geworden (Wee), Hie gaf het er tegen over gezegd als bij twee bieders de één stopt omdat het hem te duur wordt (Sle) 3. opgeven, beëindigen Hij wil het mar niet overgeven, hij is zo’n deurzetter (Nije), Wij hebt van alles prebèerd, mar wij mussen het aovergeven (Uff), Laow het mor overgeven: komp toch niks van terechte (Row), Hij hef het roken der met overgeven, het mus ok van dokter (Eex), Hij is aover egeven ongeneeslijk ziek verklaard (Rui) 4. overhandigen, aan een ander geven Aolde boerenlu kunt er soms niet toe komen, de boel an een jonger geslacht over te geven (Coe), z. ook overhanden
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
overgeven , overgeven , werkwoord , 1. aanreiken, ter hand stellen 2. overslaan, niet door laten gaan, er maar vanaf zien 3. kotsen 4. zich overgeven, zich onderwerpen, zich neerleggen bij 5. toevertrouwen 6. zich wijden aan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
overgeven , uüvergëve , werkwoord , braken , (zie: gëve')
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
overgeven , aovergèven , (werkwoord) , overgeven. Zie ook: spi’jen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
overgeven , uuevergaeve , 1. overgeven, overhandigen, capituleren 2. braken
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
overgeven , overgaeve , oeëvergaeve , werkwoord , geuftj/giftj o(eë)ver, goof o(eë)ver, o(eë)vergegaeve , eerste vorm Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern), Nederweerts, Ospels; tweede vorm Weerts (stadweerts); braken, opnieuw geven (kaartspel), overgeven
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal