elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pa

pa , poike* , (paaike), vergel. moeke *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
pa , baa , böp , mannelijk , grootvader.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
pa , pa , zelfstandig naamwoord mannelijk , paas , pake , papa , pa
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
pa , , pa , Wa zi ónze pâ dôr van? Wat zegt onze pa daarvan?
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
pa , paa , zelfstandig naamwoord , pa, vader; onze paa - vader; Dirk Boutkan: (blz. 59) onze / jullie(je) / hullie(je) paa; WBD III.2.2:64 'grotepa' = grootvader; WBD III.2.2:67 'pa' = vader; ook 'va'; 68 'papa' = vader
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal