elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: paardenspel

paardenspel , peerspul , (Ommelanden) = peerspil (Oldampt, Westerwolde) = paardenspel. Zie ook: spil.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
paardenspel , peerspul , zie spil *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
paardenspel , peerdespil , onzijdig , paardenspel, circus
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
paardenspel , péêrdespul , kermis Wá’n péêrdespul! Wat een kermis = rommel!
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
paardenspel , peerdespul , zelfstandig naamwoord de , Paardenspul (op de kermis).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
paardenspel , peerdespul , circus.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
paardenspel , peerdespul , perespul , circus.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
paardenspel , pèerdespul , het , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied) = circus Wij hebt, mien vrouw en ikke, naor het peerdespul ewest (Hav), Binnenkort komp er pèerdespul in het darp (Wes), (fig.) Het was daor een peerdespul! ruzie (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
paardenspel , peerdespul , zelfstandig naamwoord , et; circus
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
paardenspel , paerdespul , zelfstandig naamwoord , paerdespulle , paerdespullechie , [veroud] circus Ze waere naer de kerremus en naer een paerdespul geweest
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
paardenspel , peerdespul , (zelfstandig naamwoord) , circus.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
paardenspel , peerdespul , circus (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
paardenspel , pèèrdespul , zelfstandig naamwoord , paardenspul (in een circus); Cees Robben – ’t peerdespul de gift ’t op... (19540724); HVR circus
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal