elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: piont

piont , piont* , vergel. Hoogduitsch Binse.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
piont , piont , steel van wollegras, gebruikt om pijpestelen te reinigen
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
piont , pionte , de , pionten , (Veenkoloniën, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord) = bentespriet Mit pionten muiken ze vrouger de piepstelen schoon (Eev) *Lei, zee de vos, en hij school aachter ’n pionte (Die), z. ook bente
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal