elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rondvol

rondvol , rondvol , boordevol of opgehoopt vol.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
rondvol , rondvol , bijvoeglijk naamwoord , vol zodanig dat het oppervlak van de inhoud min of meer rond staat, i.t.t. slichtvol
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal