elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ruitzalf

ruitzalf , ruterzalf , ruterzalve , eene grauwe kwikzalf om luizen te verdrijven. Oostfriesch rütersalfe, Hoogduitsch Reitersalbe (eigenlijk Räudesalbe) = zalf tot genezing der schurft en verdelging van het ongedierte dat zich in de roven der zweren nestelt. Volgens Weigand zou het Hoogduitsch aan het Nederlandsch ruitsalve of ruytsalve ontleend zijn. (ten Doornk. art. rütersalfe); v. Dale: ruit = schurft; ruiterzalf, eene soort van sterke zalf tegen de schurft. – Dit: ruit = Hoogduitsch Räude of Raude, Oud-Hoogduitsch rûda, Middel-Hoogduitsch rûde, roude, en Oud-Hoogduitsch Riudî, rûdî = schurft, en één met het Oud-Noorsch hrûdr = roof eener wonde. Vgl. rap en roet.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
ruitzalf , ruterzalf* , bij v. Dale ruit = schurft, ruidig = schurftig; vgl. rap en roet .
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
ruitzalf , ruutzalf , ruutsmeer , de , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe). Ook ruutsmeer (Zuidoost-Drents zandgebied) = zalf om schurft te bestrijden Op een rauw plekkie wuurd die grune ruutzalf smeerd (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ruitzalf , rutezalve , (Gunninks woordenlijst van 1908) zalf tegen ongedierte
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal