elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schaffer

schaffer , schaffer , anschaffer; zie aldaar. “Als er een van de gegoede bewoners dezer oorden (’t Hoogeland) gerust is, dan wordt de schaffer, die de tijding des doods moet brengen aan familie en vrienden, ontboden. Dien naam ontleent hij van de waardigheid die hij bekleedt bij de begrafenis zelve. – Hij levert de tafels en banken, borden en tafelkleeden en servetten, messen en vorken en verdere benoodigdheden, die door hem naar het sterfhuis gevoerd worden. – Hij is dan de eerste man aldaar, die voor alles zorgt en alles verschaft ook het eten en het drinken wat door de familie is verordeneerd.” (1873) (Bij v. Dale: schaffer = huisbezorger.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
schaffer , schaffer , (Hoogeland) = begrafenisdienaar, die, na een sterfgeval onder den gegoeden stand, voor alles zorgt, ook voor eten en drinken op den begrafenisdag, en daartoe zelfs de tafelgereedschappen in huur levert; bij v. Dale vindt men het woord “schaffer” = huisbezorger; vergelijk anschaffer *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal