elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schelvis

schelvis , schellevioe , in den galmenden uitroep der vischvrouwen te Groningen: schōl en schellevioe!! schōl as tarreboe!! (tarbot). De oe wordt in het hoogste register uitgebracht.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
schelvis , schellevioe* , volgens de legende zou deze uitroep zijn ontstaan, toen eene vischvrouw, bezig zijnde het woord “schellevis” uit te galmen, daarin werd gestoord door een student, die haar onverhoeds in den arm kneep, en daardoor haar deze meer geruchtmakende en dus bruikbaarder roep ontlokte!
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
schelvis , skellevis , zelfstandig naamwoord de , Schelvis.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schelvis , sjelvösj , mannelijk , sjelvösje , schelvis.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
schelvis , schelvis , de , schelvis Neem mie mor ain gebakken schelvis mit (Vtm), Hie kek as een schelvis op het dreuge bedonderd (Oos), Hie hef een kleur as een schelvis, die oet de Zuderzee jag is een slechte gelaatskleur (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schelvis , skellevis , schelvis
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
schelvis , skellevis , (zelfstandig naamwoord) , 1. schelvis; 2. scheldnaam voor een vrouw met een te luide stem.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
schelvis , sjelvès , (mannelijk) , schelvis
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
schelvis , sjelvès , zelfstandig naamwoord , sjelvèsse , sjelvèske , schelvis (Gadus aeglefinus)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal