elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: sint

sint , sunt , sunte , voor: ophef, overdrijving, bijzonderheid waarover men veel ophef maakt; ’t is ’n hijle sunt, schertsend of spottend voor: ’t is bij u heel wat, maar ik en anderen kunnen er zooveel bijzonders, (moois, lekkers, enz.) niet in vinden; spinoazie is bie heur ’n hijle sunt moar ik lust lijver mous; hij het ’r ’n hijle sunt mit = hij loopt er geheel mee weg. Zegswijs: doar lopt wat van Sunt Annen onder = ’t is voor een deel fopperij, ’t is overdreven, opgesmukt, niet de eenvoudige waarheid; Nedersaksisch Dar lopt wat van St. Annen mit under. (Bij v. Dale: er loopt wat van Sint-Anna onder = de zaak is niet geheel zuiver.) – Dat gait Sunt Jutten en om = dat is een groote omweg, en fig. van een grooten omhaal in ’t spreken, waaraan geen eind schijnt te komen. (Moet vergeleken worden met: op St.-Jutmis als de kalvers op het ijs dansen = een tijd die nooit komt. – Alsdan ruimte voor: tijd.) – Veur Sunt-Velten (Sint Valentijn, 14 Februari) wat wegbabbeln, Veur Sunt-Velten wat lijgen, Veur Sunt-Velten wat koopen, enz. = praten, enz. zonder ophouden, in ’t wilde weg.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
sint , sint , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Daarnaast sunt. Zie de wdbb. – Sinte-Koe, benaming voor de naamdag van Sint-Maarten (11 nov.), omdat die valt in de slachttijd; vandaar ook: slachttijd. || ’t Is Sinte-Koe. Mit Sinte-Koe kregen we vroeger van de patroon ’en varken in de kuip. – Sinte-Karnuite, zie op schip.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
Sint , Sint* , zie ook sunt *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
sint , sunt* , zie ook Sint *; “Sunt Annen” enz. ook bij v. Dale onder “loopen.”
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
sint , Söönte , Sint. Söönte Klaos: Sinterklaas
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
sint , sint , sint, heilige.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
Sint , Sint , Sinte, Sunt , de , sinten , Ook Sinte (Zuidwest-Drenthe, noord), Sunt (Zuidwest-Drents zandgebied) = 1. heilig, voorvoegsel voor namen van heiligen Sint Jan (Bov), Sunt Jopk (Sle) 2. (met kleine letter) sinterklaas De sint komp elk joor weer (Zwa)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
sint , sunt , ook sunte, Sint (voor heiligennamen).
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
sint , sunde , sonde , (Gunninks woordenlijst van 1908) sint. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: sonde (Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
sint , sunt , zelfstandig naamwoord , de; Sinterklaas; bijv. de goeie, oolde sunt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
sint , seent , zelfstandig naamwoord , sint , seent VB: Nao Seent Jaan maogs te geng asperges mie sjtëke.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
sint , sunt , sint
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal