elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: sitsenwinkel

sitsenwinkel , sitsenwinkel , Men hoort hier wel eens: den heelen sitsenwinkel of de heele santenkraam voor den ganschen boel, al wat er is.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
sitsenwinkel , sitsewinkel , in de uitdrukking: de hijle sitsewinkel (= de hijle winkel) = de heele boel, de gansche rommel. Zie ook: bedel. (v. Dale: sitsenwinkel = winkel van sits of sitsen stoffen.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
sitsenwinkel , sitsewinkel , De héle sitsewinkel – de heele boel, de heele rommel, de heele santepetiekraam.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
sitsenwinkel , sitsewinkel* , bij v. Dale “sitsenwinkel”, zonder nadere aanduiding; vgl. ook santepetiek *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
sitsenwinkel , [uitdrukking, de hele boel] , sitsewinkel , De héle sitsewinkel – de heele boel, de heele rommel, de heele santepetiekraam.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
sitsenwinkel , sitsewinkel , mannelijk , sitsewinkele , sitsewinkelke , sitsenwinkel; de hele rommel, samenraapsel van kleinigheden.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
sitsenwinkel , sitsewinkel , sissewinkel, sitsekraom , de , (Zuidwest-Drenthe, Zuidwest-Drents zandgebied). Ook sissewinkel, sitsekraom = rommelzootje Ik geef je veur de hiel sitsewinkel 100 gulden (Sle), Ze harren de hiel sitsewinkel, ...sitsekraom buten ezet (Hgv), Gooi die hiele sissewinkel mar bij mekaar in een deuze, dan zuke wij det later wel ies uut (Ruw), z. ook sietsemekliek
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
sitsenwinkel , sissewinkel , rommel, boel. De hele sissewinkel gunk onderstebaovm.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
sitsenwinkel , [rommeltje] , sitsewinkel , (mannelijk) , rommeltje , D’n hieële sitsewinkel: de hele rompslomp.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
sitsenwinkel , sitsewînkel , zelfstandig naamwoord, mannelijk , samenraapsel, santekraam
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal