elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: slingeren

slingeren , slingeren , (zwak werkwoord) , slingeren.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
slingeren , slingern , in: de moag (of: moage) begunt mie te slingern (= op ìjn zied te hangen = te jeuken) = ik heb grooten trek aan eten.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
slingeren , slingeren , zie bantjen *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
slingeren , slingeren , zwak werkwoord , slenteren
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
slingeren , slingrn , werkwoord, zwak , slingeren. Slingerumdesloet, met de handen aan elkaar rondslingeren, kinderspel
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
slingeren , sjlingere , werkwoord , sjlingerde, haet gesjlingert , slingeren.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
slingeren , slingern , slengern , zwak werkwoord, overgankelijk , Ook slengern (Zuidwest-Drenthe) = 1. slingeren, gooien Hij slingerde een stien deur de locht (Eli), Zij waren an het hönnig slingern uit de raat slingeren (Hgv) 2. heen en weer gaan Most nich zo slingern op de fietse, ridst mie ja haost van de beinen (Bco), Hij is zo doen, hij slingert over de straot (Ros), Het fietsrad slingert wat is niet recht (Zui) 3. slenteren (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidwest-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) Hij slingert nogal gauw een maol op het café an (Sle), Wai luipen wat over de maark te slingern (Row) 4. zwengelen (Zuidwest-Drenthe) De bienen van de waegen of laoten slingern (Dwi), Hie stun an de pompe te slingern (Zdw) 5. (wederk.) draaien, wenden in de vorm van een slinger Dat klimop slingert zuk um dei boom tou (Bov), Het stroompien slingert zuk deur de mao (Sle) 6. rondslingeren Niet al dat speulgoed laoten slingern; eerst het ene opbargen, veur aj het aandere ophaalt (Hol), Die lat alles overal slingern (Sti) 7. glijden (Zuidwest-Drents zandgebied) ...een gliebaan, daor slingerden ze met mekaar over (Pdh), z. ook slintern
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
slingeren , slingeren , slingeren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
slingeren , slingeren , werkwoord , 1. zwaaien, slingerend heen en weer bewegen 2. zich met onregelmatige, zwaaiende bewegingen voortbewegen 3. in een kronkelende lijn lopen, een bochtige loop hebben 4. rondhangen 5. zich in een lange rij, elkaar bij de hand vasthoudend, slingerend voortbewegen bij een bep. kinderspel 6. geraken (aan iemand, aan een praatje) 7. niet opruimen, niet opbergen, op de plek laten waar het (gebruikt) is, in slingeren laoten 8. met een zwaai gooien 9. doen vallen door met een slingerende beweging te werpen 10. zwengelen (aan een pompzwengel) 11. oogsten (van honing) met een slingermachine 12. in de vorm van één of meer slingers om iets (heen) gaan, zich vastzetten 13. naden afwerken met de zogeheten slingersteek
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
slingeren , sjlyngere , werkwoord , sjlyngerde, gesjlyngerd, sjlyngerenterre , slingeren , VB: D'n äop sjlyngerde zich van tak tot tak.; vlechten (haren vlechten) sjlyngere VB: Vuur 'nne kuffel te mäoke kêns te de haore sjlyngere.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
slingeren , slingere , werkwoord , slingertj, slingerdje, geslingerdj , slingeren; zich get in dae gelis slingere – iets op een weinig stijlvolle manier opeten/naar binnen werken
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal