elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: staketting

staketting , strankettên , strinkettên, strengkettîng, strenkettîng, stakette , (enkelvoud) ook: strengkettîng, strenkettîng = schutting uit staand latwerk, staketsel; Oostfriesch strankêt, strenkêt, stakêt, stakkêt, meervoud strankêtten, strenkêtten = keten van houten stijltjes die aaneengestrengeld zijn, rij van kleine staken als afsluiting. Volgens ten Doornk. uit het Oudfransche estachette, Italiaansch stachétta, van het Fransche estache, Italiaansch staca, van: staak, paal, om als grens te dienen.
staketten, zie ook: planketten.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
staketting , stranketten* , vergel. planketten *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
staketting , kastettige , ijzeren hek voor de kerk
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
staketting , sinketten , sèenketten , de , sinkettes , (Zuidwest-Drenthe, zuid). Ook sèenketten = hekwerk ‘Als bij een schutting of glinte de palen en planken netter zijn afgewerkt, de palen dicht aaneengesloten en vooral als het een ijzeren hekwerk is, dat de gehele hof omringt, spreekt men van sèenketten’ (Ruw), Sinketten was miestal van iezer, mar ok wel van holt en het was in verschillende uutvoerings (Koe), ...van iezern schallegies (Ruw), ...was een hekke mit mooie gezaagde ieken paolen mit baoven en onder een holten riggel en dit mit harmonikagaos bespannen (Ruw), ...iestal van iezer mit cementen of iezern paolen mit mooie of ienvoudige figuren (Bro), ...van ekenholt mit mooie gezaagde paolen. Wat er tussen de paolen was, was verschillend. In elk geval was het een ofrastering (Rui), ...uutgezaagde figuurties boven in een hekke (Zdw), z. ook strangketting
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
staketting , strangketting , strengketting, strengketten, stringketting , de , (Kop van Drenthe). Ook strengketting, strengketten, stringketting (Kop van Drenthe, wb:Oost-Drenthe) = afrastering, hekwerk Wij hadden vrouger een stranketting bai hoes schutting (Eev), Een stringket was met schallen (Eel), ...was van holt, maistal drai plaanken (Eev), z. ook sinketten, planketting
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
staketting , strengket , de , streng bestaande uit een ketting Ik gebruke bij dat peerd altied strengketten (Ker), z. ook kettenstreng
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal