elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stokvis

stokvis , stokvis , in: elk wat van de, of: ’t stokvis! = eerlijk deelen! waarvoor ook: nijt al ien poater zien gad, köster ook wat! (v. Dale: elk wat van de stokvischvellen = elk moet wat hebben.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
stokvis , [scheldnaam] , stòkvis , Scheldnaam voor een Deventersman. Tot iemand, die meer wil hebben dan zijn aandeel zegt men: îder wat, van de stòkvis; of met rijm: Ieder wat, van de stòkvistnat.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
stokvis , stokvis* , (bldz. 567), bij v. Dale: elk wat van de stokvischvellen.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
stokvis , stòkvis , Scheldnaam voor een Deventersman. Tot iemand, die meer wil hebben dan zijn aandeel zegt men: Îder wat, van de stòkvis; of met rijm: Ieder wat, van de stòkvisnat.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
stokvis , sjtokvösj , mannelijk , sjtokvösje , stokvis. Sjtokvösj mót gebook waere: stokvis moet men beuken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
stokvis , stokvis , de , stokvis Mien vrouw hef de stokvis in de kachel gooid; die keek hum veur een stuk holt an (Sle), Stokvis mut een klap hebben (Wap), ...mus een nacht in de wiek staon (Bor) *Elk wat van de stokvis ieder zijn deel, gezegd bij een verdeling (be:Rod); Wat hej het liefste: melkenbrij en daor niet bij of stokvis zunder botter? beide zijn onaantrekkelijk (Dro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
stokvis , sjtokvêsj , zelfstandig naamwoord mannelijk , - , - , stokvis , VB: sjtokvêsj mêt roûmsaws, dao kêns te mich sjnaas vuur wakker mäoke.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
stokvis , stokvès , (mannelijk) , stokvis
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal