elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: taalman

taalman , toalsman , taalsman , Aldus noemt men kinderen die nog krom praten; bist ’n toalsman, of: ’n oarege toalsman. (Volgens Hoeufft in Groningerland: hij is mijn taalsman = hij is mijn zegsman). – Voorheen heetten de redenaars of woordvoerders bij het collegie van Gezworenen te Groningen: taalmannen of taalsmannen. Bij Hooft: taalman = spreker, redenaar.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
taalman , toalsman* , man op peerd zetten (bldz. 570) = man en paard noemen.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal