elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: toveren

toveren , töveren , (zwak werkwoord) , tooveren.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
toveren , teuvêrn , (= tooveren); zie: tiepêln 1.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
toveren , teuvern , tiepeln *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
toveren  , touvere , tooveren.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
toveren , tööveren , zwak werkwoord , toveren
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
toveren , toveren , ’t is of ze aan de bel getoverd zijn, gezegd wanneer er vaak gebeld wordt (1895).
Bron: Beets, A. (1954), ‘Leidse woorden en uitdrukkingen’, in: Bicker Caarten, A. (red.), Leids Volksleven, Leiden: Sijthoff
toveren , tuewln , werkwoord, zwak , toveren
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
toveren , touvere , touverde, haet getouvert , toveren.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
toveren , teuveren , toveren , teuveren, eteuverd , toveren.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
toveren , tovern , zwak werkwoord, onovergankelijk , toveren As ik tovern kun, ha’k geld genog (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
toveren , teuveren , toveren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
toveren , tôôvere , werkwoord , tôôver, tôôverde, getôôverd , toveren Azzie je koffie koud lae worre dan gao je tôôvere Als je je koffie koud laat worden ga je toveren
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
toveren , toüvere , werkwoord , toüverde, getoüverd , toveren , VB: Môt dat muerge vêrdig zién? Wat mejns te waol? Ich kên neet toüvere.; goochelen
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
toveren , teuveren , (werkwoord) , teuveren, eteuverd , toveren, goochelen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
toveren , tauvere , werkwoord , tauvertj, tauverdje, getauverdj , 1. toveren, goochelen 2. stiekem een sigaret uit zijn zak halen zonder iemand er een te presenteren
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
toveren , toûvere , werkwoord , toveren
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
toveren , tôovere , zwak werkwoord , tôovere - tôoverde - getôoverd , toveren; (geen vocaalkrimping)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal