elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tweebak

tweebak , tweebak , tweibak , beschuit. Gron. twijbak, tweibak (ook stofn.), Friesch twiebak, Oostfr. Holst. twêbak, Neders. twijbak, Westf. twibak, HD. Zwieback. – tweibakkenwief = vrouwen, die beschuit en wittebrood bij de huizen verkoopen, Gron. stoetwieven. – Aldus omdat zij eerst als bolletjes en dan, doorgesneden, nogmaals in den oven komen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
tweebak , tweibakken , twijbakken, twaibakken , beschuiten; aldus omdat zij eerst als bolletjes, tweibakspōffen, en dan, in tweeën gesneden, in den oven komen om geroosterd te worden. Zoo spreekt men ook van dreibakken, die dan nog eenmaal in den oven gelegd worden; dit woord blijft dan bijvoeglijk naamwoord. Het enkelvoud tweibak, enz. is ook stofnaam: ik lust gijn twijbak; dat kind et niks as stoet en tweibak (wittebrood en beschuit.) melkentweibak = een schotel met melk waarin beschuit wordt gekruimeld, ook alleen brood, soms beide. Ook: beschuit in melk en suiker geweekt als zuigelingskost, beschuitpap; pōtje krigt melkentweibak tou, zien mouder het nijt genōg te zoegen = - heeft geen zog genoeg; melkentweibakskerel, ook alleen: melkentweibak, spottend voor iemand die niet van hartelijken en stevigen kost houdt, en voorts: een weekelijk persoon, iemand die bang is voor wind en weder; sōkkertweibak (= sōkkerbak) = beschuit met boter en eene laag bruine suiker; tweibakstrōm = beschuittrommel; tweibaksmest = bakkersmes, mes om bolletjes door te snijden. In de kindertaal is tweibak gewoonlijk bak; kleine kinderen krijgen bak; eet dien bak moar op = eet uwe beschuit, of: uwe beschuitpap maar op. - Wat de spelling aangaat zou men voor ʼt Oldampt en Westerwolde tweibak, voor de Ommelanden twijbak hebben te schrijven, met uitzondering van een derde uitspraak in sommige deelen van Hunsegoo, enz., waaraan twaibak wellicht het best zou beantwoorden. Drentsch tweebak, tweibak. Friesch twiebak, Nedersaksisch twijbak, Oostfriesch, Holsteinsch twêbak, Westfaalsch twîbak, Hoogduitsch Zwieback, Fransch biscuit, uit: bis = tweemaal, en cuire = bakken, waarvan het Nederlandsch beschuit; v. Dale geeft het woord: tweebak, op als Germanisme.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
tweebak , tweibakken* , het Nederlandsch “beschuit” is de verbastering van ʼt Fransche “biscuit” = tweemaal gebakken; v. Dale vermeldt het woord “tweebak” als germanisme.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
tweebak , twijbak , (ouderwets), beschuit
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
tweebak , tweibak , de , tweibakken , 1. beschuitbol, bestaande uit twee helften, waarvan de onderste op beschuit lijkt en de bovenste helft bol is (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) ...legde op zo’n snee stoet met schink twie gesmeerde tweibakken, een underste en een bovenste... (md:Dal) 2. beschuit Wie zeggen beschuut en de aolden zeden twaibak (Vtm), Een snee stoet met een tweibak (Vri), Een rol twaibakken (Pei), Melk met tweibakken (Rol), Aj an de loop wazzen, kreej tweibak met kneil (Row), z. ook beschuut
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tweebak , twiebak , twiebakken , zelfstandig naamwoord , de; dubbele beschuit: tegen elkaar gebakken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
tweebak , twiebak , (zelfstandig naamwoord) , beschuit. Zie ook: beskute.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
tweebak , tweebak , beschuit.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal