elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: uitnaaien

uitnaaien , oetnaien , oetneien , (uitnaaien) = oetrieten = oetkielen = met drift wegloopen; hard loopen; de vlucht nemen, en synoniem met oetfietêrn oetkniepen, en: oetsnieden “En de meren, rond ien hoed, Naiden as de wiend eroet.”“’t Wicht jeuzelde nog wat da’k weg mōs, moar dat hulp nijt en ík naaide der oet.”“As ze roezie kriegt, kanst d’r oetneien.” (Westerwolde) – Friesch útnaiije = vluchten; Stadsfriesch uutnaaien = hard wegloopen; met de noorderzon vertrekken; Nedersaksisch: daar uut naien = zich spoedig verwijderen, wegloopen, Holsteinsch utrieten = wegloopen; utneihen = zich snel verwijderen; Oostfriesch ûtneien, ûtrieten, ûtkîlen, Ditmarssum utneien = wegloopen; Oud-Friesch kilen = vluchten, Engelsch to outride = harder rijden dan, enz.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
uitnaaien , oetnaien* , vergel. oetfietern *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
uitnaaien , uutnaaien , zie uutbulen
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
uitnaaien , uitnaejen , d’r uitnaejen, zich uit de voeten maken.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
uitnaaien , ûtgenaajd , vertrokken , Héij is'ser stiekem ûtgenaajd, héij zal nog wél nô de méijd gemoete hébbe. Hij is er stiekem vertrokken, hij zal nog wel naar zijn vriendin gemoeten hebben.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
uitnaaien , uutnaaien , werkwoord , ervandoor gaan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
uitnaaien , d’r ùìjtnèìje , dur ùìjtnèìje , weglopen, zich uit de voeten maken
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
uitnaaien , ùitnèi-je , weglopen
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal