elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: walen

walen , walen , (zwak werkwoord) , [weinig gebruikelijk] iemand in ’t hooiland onder ’t hooigras stoppen en rondwentelen.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
walen , walen , (zwak werkwoord) , iemand in ’t hooiland onder het hooigras stoppen en rondwentelen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
walen , woalen , (bedrijvend werkwoord) = iemand, eigenlijk: met iemand rondwentelen in het gras, waarbij jongen en meisje elkander omvatten, wat voorheen in ’t Oldampt en Fivelgoo in zwang was bij het raapzaaddorschen. Ook had dit wel plaats op het dorschkleed na afloop van den arbeid. Volgens Stürenburg en ten Doornkaat doen de knechten en meiden dit woalen in Oost-Friesland in het hooiland. Wiarda zegt, dat bij ’t hooien de boerenmeiden eenen vreemde in het gras rondwentelen, dat zij: walen, noemen. Hooft: waalen = draaien, waggelen; G. Japix wale, Noordfriesch wale = heen en weer bewegen, draaien; Oostfriesch, Holsteinsch walen = ronddraaien, en: rondwentelen in het gras. Kil. wallen, wellen, Middel-Hoogduitsch wëllen, wellen, Oud-Hoogduitsch wëllan, walzjan, Angel-Saksisch willian, Gothisch valvjan, Latijn volvere = rollen, wentelen, omkeeren, rondwentelen. Vgl. ’t Hoogduitsch wälzen, en: weltêrn.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
walen , woalen* , vergel. weltern * en het Hoogduitsche wälzen = wentelen.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
walen , waolen , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) = golven Het ies waolt veur oe uut (Die), Hij het zuk dik haor, het waolt hum op de kop (Bei), Die muur, die waolt wat (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
walen , waolen , werkwoord , 1. golvende bewegingen maken 2. een beetje mistig zijn, bijv. Et waolt over et laand
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal