elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Westerkwartier

Westerkwartier , Westerkwartier , Een der zes kwartieren der provincie Groningen, dat met Hunsegoo en Fivelgoo de zoogenaamde Ommelanden vormde, en een deel uitmaakte van het gewest: Stad en Ommelanden van Groningen, of: Stad en Lande, die zich van lieverlede tot één staatslichaam hebben vereenigd en hunne onafhankelijkheid hebben bewaard tegen den Graaf van Holland, Albrecht van Beieren en den Hertog Albrecht van Saksen, tot zij eerst Graaf Edzard van Oost-Friesland, toen Karel van Egmond en eindelijk Keizer Karel V tot heer hebben aangenomen en zoo eene Heerlijkheid, een deel der Spaansche Nederlanden zijn geworden en later eene provincie. (Dr. Acker Stratingh Aloude Staat II, bl. 138 e.v.) Dit kwartier bestaat uit de volgende aloude landschappen: Homsterland, ten Noorden, Middag, ten Oosten, Ooster- en Westerdeel-Langewold ten Noordwesten, Vredewold ten Zuidwesten.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
Westerkwartier , Westerkwartier* , de drie andere kwartieren, buiten de Ommelanden, waren: het Goorecht (Goreght ) of Drentherwolde , het Oldampt * en Westerwolde ; dit waren heerlijkheden, namens de Stad door Drosten bestuurd. Wat het Westerkwartier betreft, dit bestaat thans uit de navolgende aloude landschappen: Humsterland ten Noorden, Middag ten Oosten, Oosterdeel- en Westerdeel-Langewold ten Noord-Westen en Vredewold ten Zuid-Westen.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal