elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zaadblok

zaadblok , zoadblok , (Oldampt); werktuig om raapzaad te dorschen. Te Eeksta boeldag van “zeeven zaadblok”, enz. (1880). Id. te Stadsnieuwepolder van: “1 zaadblok, 1 wentelblok”, enz. (1880).
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zaadblok , zoadblok , dorschblok voor koolzaad, vgl. legge *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal