elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zoals

zoals , zooas , zooals, ook Gron.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
zoals , zooas , (zoo als) = wat men noemt, om ’t maar zoo eens te noemen; hij is zooas kondêkteur bie ’t spoor; ik bin hōm zooas bie ’t hoes van de burgemeester tegenkomen; hij zōl zooas guster komen, te vergelijken met: ’t zeggen was dat hij mör’n komen zōl; as joe zooas guster komen wazzen, enz. Zal verkort zijn van: zooveel als.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zoals , zooas , (= zooals) in de zeer eigenaardige beteekenis van: volgens afspraak, bijvoorbeeld, namelijk, ge moet weten … (of: … moet ge weten); bvb. hij zōl zooas guster bie mie komen (of: komen wezen) = volgens afspraak zou hij gisteren enz, hij zōl zooas guster op rais goan = volgens zijn voornemen of naar men zegt zou hij gisteren op reis gaan (hiermede te vergelijken: “’t zeggen is”, bldz. 483), hij ’s zooas guster bie mie west = hij is namelijk gisteren enz. of: ge moet weten dat hij gisteren enz., as we zooas mörn ies begonnen? = indien wij bijvoorbeeld morgen eens begonnen? – ’t Is een stopwoord van wankelende beteekenis en enigszins te vergelijken met het ook elders gebruikelijke “zooveel als”, bvb. in: hij is zooveel als opzichter in die fabriek, enz. Ook Friesch.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
zoals , zoas , zoals; * as het niet kan zoas het mut, dan mut het mà zoas het kan: je moet je weten te redden; * zoas ’n boom valt, blif’e ling: sommige dingen zijn niet te veranderen
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
zoals , zoas , voegwoord , zoals Zoas hie in hoes kwam, het was gewoon niet mooi meer (Sle), Zoas ik al zee, kan hij nich tegen drank (Bov), Ik gao in gedaachten hen het waark, zo a’k in mien jonge jaoren dee (ti), Het is niet zuk mooi weer zoas gistern (Emm) *Zoas de waard is, vertrouwt hij zien gasten (Ker)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zoals , zoas , voegwoord , zoals
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zoals , zoewès , zoals
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
zoals , zoas , (voegwoord) , zoals.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
zoals , zoeë-es , zoals ook wie
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
zoals , zoeëás , zoals
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal