elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zoetelen

zoetelen , [verkopen, sukkelen] , zoetelen , (werkwoord) , sukkelen, tobben, langzaam vorderen.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
zoetelen , zudêln , bij kleinigheden of geringe hoeveelheden verkoopen of venten, zooals bv. de talhoutschippers doen; hij mout ’r mit zudêln = mout ’t oetzudeln = er om loopen om zijne waar bij kleine partijen aan den man te brengen; “hai lopt tegenswoorig in stad te züdeln mit oal”, enz. Friesch suitelen, Kil. soetelen, Nedersaksisch suddeln, Oostfriesch sellen, uutsudeln, Nederduitsch, Middel-Nederduitsch sellen, Oud-Friesch selljan, Oud-Hoogduitsch saljan, seljan, Middel-Hoogduitsch sellen, Angel-Saksisch sellan, Oud-Noorsch selja, Engelsch to sell = verkoopen; Gothisch saljan = opbrengen, offeren. Vgl. v. Dale: zoetelen = spijs en drank in een leger verkoopen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zoetelen , zudeln* , bij v. Dale: zoetelen = spijs of drank in een leger verkoopen (gewestelijk ook: op kermissen enz.) en vandaar: zoetelaar, zoetelaarster.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
zoetelen , zeutsẹle , zeutsẹlde, haet gezeutsẹlt/zuielde, haet gezuielt , dralen, talmen.; zuiele sudderen
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
zoetelen , zoetelen , lanterfanten.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
zoetelen , sutelen , werkwoord , 1. ventend rondgaan (meestal: langs de huizen) 2. met behulp van kruiwagens venten langs de huizen met Stellingwerfse boeken (in clubverband; in de jaren zeventig in Stellingwarf begonnen, naar Fries voorbeeld)
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zoetelen , zóétele , langzaam vooruit komen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal