elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zwikzwak

zwikzwak , zwikzwak , zie slappentoal *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
zwikzwak , swikswak , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze de hêle swikswak, de hele mikmak. – Bai de swikswak, bij de vleet (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal