elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: lariks

lariks , lariks , (vrouwelijk) , lariks.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
lariks , larke , larkse , (mannelijk) , lariks.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
lariks , lariks , de , lariksen , lariks Lariksen verkleurt mooi in de haarfst (Zui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
lariks , lork , lariks.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
lariks , lariks , lark, lork , zelfstandig naamwoord , de; lariks
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
lariks , larks , lariks
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
lariks , larik , laark, laorik, lark, larke, larks, lärks, lärkse, , lariks.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
lariks , lârks , zelfstandig naamwoord, mannelijk , lârkse , lariks, lork
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
lariks , lòrk , zelfstandig naamwoord , WBD III.43:109 'lork' = idem, ook 'lariks'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal