elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: missie

missie , missie , afvaardiging van enkele personen
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
missie , missie , 1) bezinningstijd. Een paar keer per jaar kwamen paters, meestal Capucijnen, de gelovigen weer op het rechte spoor zetten; 2) een pater of non werd uitgezonden naar een vreemd land om het geloof te verkondigen en de mensen te helpen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
missie , missie , zelfstandig naamwoord , de; missie: speciale opdracht
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal