elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: modden

modden , modden , (intransitief werkwoord) , kladden, morsen, vuil maken. De kinderen zijn aan het modden, eene moddige vrouw, de weg is moddig, morsig. Gemod, moddiger.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
modden , modden , (mòddə) , (zwak werkwoord, intransitief) , Morsen, kladden, met water smeren. || Wat ben die kinderen weer an ’t modden. Wie heb ’er hier zo ’emod? Modt niet zo in dat water. – Evenzo elders in N.-Holl. (BOUMAN 69). – Bij VAN DALE wordt modden vermeld in de zin van in de modder zoeken, met modder vuil maken, bespatten. Vgl. verder DE JAGER, Freq. 2, 384. – Zie moddeklad, moddig.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
modden , modn , werkwoord, zwak , turf maken uit het veen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
modden , modden , èrgens in modden, overhoop halen om het beste er uit te zoeken. zie ook mòjiken.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
modden , modden , motten , zie rooien
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
modden , moddn , aardappels rooien. In de tied van ’t eerpelsmoddn hebbe wie graeg mooi weer.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
modden , modden , rooien (v. aardappelen) (Oldebroek, Wezep).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
modden , mòdden , zwak werkwoord , WBD III.1.2:74 'modden, modderen' = overhoophalen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal