elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: mormel

mormel , mormel , o , ondier.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
mormel , mórmel , onzijdig , mórmele , mormel.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
mormel , mörmel , mormel, murmel , de, het , mörmels , Ook mormel, murmel (Zuidoost-Drents zandgebied) = 1. mormel, gezegd van dieren De vrouw vuulde zuk beledigd, toen ze hèur hondtien een mormel nuumden (Zwin). Ook van andere lelijke, rare, mismaakte dieren of gedrochten Ik begriepe niet det ze zo’n biesien anhaalt, het is jao zo’n lillijk mormel (Koe) 2. van personen Dat is zo’n raer mormel, daor kuj gien peil op trekken (Wsv), Wat is dat een maal mormel onaardig persoon (Anl), Een vet mormel een vette vrouw (Gro), Wat een vies mörmel (Coe), Wat wil dat mormel toch, hij hef toch niks in te brengen (Klv), Wat een lekker mormeltien gezegd van een klein kind (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
mormel , mormel , hond.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
mormel , mörmel , (zelfstandig naamwoord) , mormel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
mormel , mórmel , (onzijdig) , mórmels , mörmelke , mormel
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal