elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: naaf

naaf , naaf , de naaf of nave, dat gedeelte van een wagenrad dat aan den as naast is en waar in zich de speeken of spaken vereenigen. Dit is ook zo in drenthe, maar het vooruitstekend gedeelte der nave, is daar de tuit of toet. Hiervan een gemeen spreekwoord: het op de toeten toe ’er doorzetten = het wagen op ’t uiterst, om zyn voornemen te bereiken.
Bron: Berg, A. van den en H.J. Folmer (1774-1776), ‘Veluws en Drents uit de 18e eeuw’, uitgegeven door K. Heeroma in: Driemaandelijkse bladen 12 (1960), 65-83, 97-116.
naaf , naven , (mannelijk of vrouwelijk) , naaf.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
naaf , navel , (mannelijk) , navels , naaf.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
naaf , naawn , zelfstandig naamwoord, mannelijk , naawns , naaf, van rad
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
naaf , naaf , vrouwelijk , naave , naefke , naaf.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
naaf , nave , naaf.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
naaf , naaf , naof, naef , de , naven , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid). Ook naof (Noord-Drenthe), naef (Zuidwest-Drenthe, noord) = naaf Töt de naeven deur de modder rien (Smi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
naaf , aaf , naaf van een wiel.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
naaf , nave , naaf.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
naaf , naeve , zelfstandig naamwoord , de 1. naaf, vooral van het wiel van een boerenwagen 2. plankjes waar een ton van is gemaakt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
naaf , naof , zelfstandig naamwoord mannelijk , naove , nëufke , naaf , VB: De sjpèike zitte ién de naof en ién de velling.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
naaf , nave , (zelfstandig naamwoord) , naaf.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal