elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ruin

ruin , rûn , (mannelijk) , gesneden hengst.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
ruin  , rün , ruin.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
ruin , roen , mannelijk , roene , ruin.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
ruin , runj , ruin, gesneden hengst.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
ruin , roene , gecastreerde hengst, ruin.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
ruin , roene , ruin.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
ruin , roen , roene, ruun , de , roenen , (Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook roene (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, veengebieden Oost-Drenthe), ruun (Zuidwest-Drenthe) = 1. ruin Een gesneden peerd is een roene (Hijk), Wij hebt de aol roen vortdaon; het gunk oes heun of (Oos), Hie kan miegen as een roen (Emm), Det is nat van de roene slechte koffie (Die), z. ook pèerdemiege, roenemiege 2. sterke, manachtige vrouw (Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, noord) Wat is dat ja een groot roen, dat mensk (Eev), Zie is een groot roen, zie döt niks under veur een kerel (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ruin , ruin , gecastreerde hengst.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
ruin , rune , roene , (Kampereiland, Kamperveen) ruin. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: roene
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
ruin , roene , ruin.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
ruin , ruun , zelfstandig naamwoord , de 1. ruin 2. vrouw die erg sterk is
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
ruin , roûjn , zelfstandig naamwoord mannelijk , roûjne , - , ruin , VB: 'nne roûjn ês 'nne gesjnoëjen hyngs Zw: Vrëte wie 'nne roûjn Zw: Zoe sjtérk wie 'nne roûjn.; honger ( honger als een paard) hônger wie 'nne roûjn; zoe sjtérk wie 'nne roûjn sterk (zo sterk als een paard); zoe sjtérk wie 'nne roûjn; vrëte wie 'nne roûjneten vrëte wie 'nne roûjn
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
ruin , ruun , (mannelijk) , rune , ruin, gecastreerde hengst
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
ruin , ruun , zelfstandig naamwoord , rune , ruunke , ruin
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
ruin , ruun , zelfstandig naamwoord, mannelijk , rune , ruin
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
ruin , rèùn , zelfstandig naamwoord , WBD gesneden mannelijk paard, ook 'run' of 'reujn' genoemd; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; znw.m. - ruin, gesneden manlijk paard.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal