elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: temperen

temperen , [mengen] , timperen , (werkwoord) , al slaande mengen. , van suiker, meel enz. Zoo zegt men: De struif is getimperd, dat is: het beslag voor den pannekoek is gereed.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
temperen , temperen , (zwak werkwoord, transitief) , Zie de wdbb. – Ook; dooreenmengen (van de bestanddelen voor gebak), beslaan (de Wormer). || Ik moet ’et meel nag temperen. – Ook in Vlaanderen heet het beslaan van gebak temperen en het beslag temper (DE BO, SCHUERMANS); in Zeeland is een timpertje een mengsel van aardappelmeel of sago met water, om iets (bessenvla enz.) te binden. In de algem. taal kent men temperen in de zin van kleuren mengen (DE JAGER, Schijnb. Freq. 116).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
temperen , temperen , (zwak werkwoord) , intr, Tintelen, van koude. || Me handen temperen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
temperen , teamperen , temperen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
temperen , tempern , tempen , zwak werkwoord, overgankelijk , Ook tempen (Zuidoost-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe) = temperen Hij mus hom tempern met eten (Pei), Temper die kachel is (Koe), Ik mus mie wal wat tempen, want aans har ik mie an hum vergrepen (Bov), Ie mut hum altied wat tempen, aans löp hie te hard van stapel (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
temperen , timperen , beslag maken.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
temperen , témpere , werkwoord , témperde, getémperd , temperen , VB: Témper dat vuur get, 't ês hié vuur kepot te goën..
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
temperen , têmpere , werkwoord , afremmen, temperen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal