elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tientje

tientje , tientje , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , zie tien III en tieng.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
tientje , tientien , [tintiñ] , onzijdig , tientje (tien gulden)
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
tientje , tientje , tien “weesgegroetjes” mit ennen “onze-vader”.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
tientje , tientien , het , tienties , tientje Het is maor ienmaol feest, nou kieke wij niet um een tientien (Ker), ...op een tientje (Vtm), Vief herings veur een tientie (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tientje , tientje , tien weesgegroetjes.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
tientje , tientien , zelfstandig naamwoord , et; biljet/bedrag van tien gulden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
tientje , tiensje , zelfstandig naamwoord onzijdig , tiensjes , - , tientje , VB: Es te uüver 'n tiensje kals daan kals uüver tien guele, neet uüver tien euro. VB: 'n tiensje van de roezekraans.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
tientje , tientien , (met korte ie) , (zelfstandig naamwoord) , tientje, bankbiljet van tien euro.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
tientje , tientje , zelfstandig naamwoord , verkleinwoord van tien; een onderdeel van de rozenkrans of van het rozenhoedje; Wikipedia - De rozenkrans bestaat uit 5 grote en 50 kleine kralen en wordt gebruikt voor het rozenkransgebed. Dit gebed bestaat uit het bidden van het Onzevader (15 maal) en het Weesgegroet (150 maal) door de rozenkrans driemaal te doorlopen. De verkorte versie van het rozenkransgebed is het rozenhoedje. Hiervoor gebruikt men de rozenkrans of paternoster (met zijn 5 grote en 50 kleine kralen) slechts eenmaal. Eén rozenhoedje bestaat uit vijf zogenaamde 'tientjes': tien Weesgegroeten en een Onzevader, en dat vijfmaal. Cees Robben – As gij oew tientje bidden wilt... (19670428)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal