elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vertellen

vertellen , vertëlle , vertelde, haet of is vertelt , vertellen. Dae kan sjoon vertëlle: hij kan mooi vertellen. Hae haet zich vertelt: hij heeft zich verteld.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
vertellen , vertellen , vertell , zwak werkwoord, overgankelijk , Ook uitgespr. als vertell (Kop van Drenthe) = 1. vertellen Zie hebt mij verteld daw een neie dokter kriegt (Sti), Het kan mij niks schelen, aj dit mor niet verder vertelt (Zey), Tussen neuze en lippe dèur vertöl hij het (Dwi), Hij hef in hoes niks te vertellen niets te zeggen (Wijs) 2. (wederk.) verkeerd tellen Der mot meer in dei pot zitten; ik zal mie wal verteld hebben (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vertellen , vertellen , misrekenen. hij hè z’n eigen grof verteld, hij heeft erg misgerekend.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
vertellen , vertellen , vertellen. IJ vertellen ’t met een wärm äntien deur ‘hij vertelde het direct door’
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
vertellen , vertellen , werkwoord , 1. zich vertellen, verkeerd tellen 2. mededelend uitspreken 3. verhalen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
vertellen , vertelle , werkwoord , vertelde, verteld , vertellen , praten (samen wat praten) zich get vertelle VB: V'r hebben ôs get verteld en zoe heb v'r 'n eurke ömkrège.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
vertellen , wèìjervertelle , doorvertellen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
vertellen , [misrekenen] , oe èìjge vertelle , misrekenen (tellen)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
vertellen , vertèlle , 1. vertellen 2. zich ~ = een verkeerde optelling maken , Doe kóns mich nog mieë vertèlle. Ei verhäölke vertèlle.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal