elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: voorstal

voorstal , voorstal , vorstal, veurstal = het gedeelte van den stal vóór het rundvee, de plaats waar ’t gevoederd wordt.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
voorstal , vurstal , voorste stalgedeelte dat aan het woonhuis grenst.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
voorstal , vurstal , zelfstandig naamwoord , voorstal. Het gedeelte van de stal dat zich bevindt tussen het woonvertrek en de voederbakken van de dieren. Hij ligt wat hoger dan het overige gedeelte van de stal.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
voorstal , vèurstal , vurstal , gedeelte voor de zeul, waarachter de koeien staan, gang voor de koeien door.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
voorstal , vurstal , voorstal
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
voorstal , vurstal , stal, die voor een andere, meestal grotere, stal ligt
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
voorstal , vurstal , zelfstandig naamwoord , WBD voorstal (voorste gedeelte v.d. stal, de vrije ruimte tussen de muur v.h. woonhuis en de voedergoot); A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; vö'rstal, znw.m. 'veurstal' - voorstal, dat gedeelte van de stal dat zich bevindt tussen de (buiten) stalmuur en de stalzult, en met stenen of plavuizen verhard is. Jan Naaijkens - Dès Biks (1992) - vurstal zn - voorstal
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal