elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: walmen

walmen , walmen , waalme , zwak werkwoord, onovergankelijk , Ook waalmen (Kop van Drenthe, Veenkoloniën) = walmen Dat eulielaampie niet zo waalmen laoten, draai hom is wat leger (Eev), Die keerse walmt, buug de pit is wat um (Pdh), Wat is het hier warm, het walmt je integen (Sle), z. ook kwalmen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
walmen , [roken] , wáálmen , walmen, roken.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
walmen , walmen , zwalmen , werkwoord , walmen: rook, dikke damp afgeven
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
walmen , zjwame , werkwoord , zjwaamde, gezjwaamp, zjwamenterre , roken , (afw. vormen o.t.t. hër zjwaamp, diér zjwaamp, geb. wijs mv. zjwaamp) VB: Dè zjwaamp zich get eweg op 'n wëk.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal