elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: waterkont

waterkont , wotterkont , kip met buikwaterzucht
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
waterkont , waterkont , watergat , de , Ook watergat (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe in bet. 2.) = 1. waterige vrucht etc. Ofkokers bint waterkonten, waor veule water in zit, en die bij het koken gauw uut mekare valt (Zdw), Die waterkonten wollen de koenen niet vreten waterige knollen (Sle) 2. dik, waterig achterwerk van een kip Wij hebt een kiepe met een watergat (Dwij), Een tuut met een waotergat, ...waoterkont (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
waterkont , wàtterkont , waterkont. die hen hè’n wàtterkont, die kip heeft een dik achterwerk.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
waterkont , waoterkont , zelfstandig naamwoord , waoterkonte , waoterkoñtjie , kippenziekte (dikke kont); bij een kuiken hangt de dooier er nog uit Zie ook doorkont
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
waterkont , wôtterkônt , waterkont, kippenziekte
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
waterkont , waoterkoent , 1. waardeloos, mager beest; 2. verachtelijk persoon.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal