elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aannemerskleed

aannemerskleed , annemersklijd , het dorschkleed dat aan het hoofd van eene ploeg raapzaaddorschers behoort; op ’t annemersklijd wezen = tot die ploeg behooren, welke bij de boeren rondgaat om het raapzaad te dorschen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aannemerskleed , annemrskleed , zelfstandig naamwoord , japon voor die aangenomen worden in de kerk
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
aannemerskleed , annemerskleidje , zelfstandig naamwoord ’t , Jurkje van de aannemelinge.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal