elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanreiken

aanreiken , anrekng , werkwoord , aanreiken
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
aanreiken , aareike , reikde aan, haet of is aagereik , aanreiken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
aanreiken , anrekken , anrieken, anreiken, anraiken , zwak werkwoord, overgankelijk , Ook anrieken, anreiken, anraiken (Kop van Drenthe) = aanreiken Kuj mij die stoel wel anrekken? (Hgv), Rek mij die vork ies an (Oos), Riek mij de sukerpot even an (Sti)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanreiken , anrekkn , aangeven (letterlijk). Kuj mie de koffiekanne effm anrekkn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
aanreiken , anrekken , anrieken, anreiken , werkwoord , 1. aanreiken, aangeven 2. langsbrengen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanreiken , añraaike , werkwoord , raaik an, raaikte an, añgeraaikt , aangeven Raaik me ’t kommechie is añ Ook lange
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal