elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanspreken

aanspreken , [bezoeken; toespreken, troosten] , anspreken , aanspreken  , bezoeken, bv. van zieken, kraamvrouwen, enz.; kraom anspreken = eene kraamvisite afleggen. Gron. anspreken = zieken en kraamvrouwen een kort bezoek brengen; ook Overijs. NHoll. – Oostfr. anspräken = bezoeken, verouderd in ’t HD. – Kil.: aenspreken = toespreken, troosten; Hooft: aanspreken = bij iemand aangaan om met hem te spreken.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
aanspreken , [spreken tot iemand, bezoeken] , ãnsprèken , (sterk werkwoord) , bezoeken.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
aanspreken , anspreken , (sterk werkwoord) , bezoeken (b.v. van kraambezoek).
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
aanspreken , anspreken , bezoeken van zieken en kraamvrouwen; ook Overijselsch, Noord-Holland, Drentsch kraamspreken = een bezoek bij eene kraamvrouw afleggen; Oostfriesch anspräken = bezoeken, in ’t Hoogduitsch verouderd. Kil. aenspreken = bij iemand aangaan om met hem te spreken; Nederlandsch aanspraak = bezoek. Ingeval van ziekte of overlijden in een huisgezin zegt men hier: wie hebben veul ansproak, wat in gewone gevallen veul anloop heet, zonder dat dit juist als een last gerekend wordt. Vgl. anloop.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aanspreken , ansprèken , Een zieke bezoeken. ’t Löp met Tö̀nnes op ’n endjen; aj kö̀nt kom ’m dan nòg is ansprèken. Ook Gron. en N.-Holl.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
aanspreken , ansprèken , Een zieke bezoeken. ’t Lö̀p met Tö̀nnes op ’n endjen; aj kö̀nt kom ’m dan nòg is ansprèken. Ook Gron. en N.-Holl.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
aanspreken , ånspräkken , sprak ån, ånespräkken, dů sprekst ån, hei sprek ån , aanspreken, bezoeken van een zieke
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
aanspreken , ansprekng , werkwoord , bezoeken van een zieke
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
aanspreken , aasjpraeke , sjprouk aan, haet of is aagesjpraoke , aanspreken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
aanspreken , ansprèken , 1. zieke bezoeken. 2. aanspreken. 3. aanstaan.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
aanspreken , ansprekken , sprak (sprekken) an, an esprökken , aanspreken, op (zieken)bezoek gaan.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
aanspreken , anspreken , sterk werkwoord, (on)overgankelijk , 1. aanspreken Hie sprak mij bij de dokter nog an (Sle), Hij har zowat niks meer, hij mus zien leste geld anspreken (Bov) 2. dieper over iets doorpraten (Midden-Drenthe) Doe ik hum goed anspreuk, kwam de aap oet de mouw (Zwig) 3. aanstaan, bevallen Iedere morgen een ei, det sprek mij wel an (Bro) 4. op bezoek gaan (Zuidoost-Drenthe) As er een kind geboren is, gaon de vrouwlu hen anspreken; laoter kriegen ze kraomvisite (Pei), Daor muw neudig is hen anspreken op ziekenbezoek (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanspreken , anspreken , 1. aanspreken; 2. Gunninks woordenlijst van 1908: bezoeken (van een zieke)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
aanspreken , ansprèèkn , 1. aanspreken, bemoedigend toespreken. Gait is der slech an toe; komp ’m nog is ansprèèkn. 2. mondeling overbrengen van een overlijden in de buurt of familie. Hie mos helemaole naor ’t Stoomgemael um an te sprèèkn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
aanspreken , ônsprèèke , beroep doen , Ge kun'ter mén aalté óp ônsprèèke, dé wit'te wél, ge moet gin verleegenhéij hébbe. Je kunt altijd een beroep op mij doen, dat weet je wel, je moet niet verlegen zijn.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
aanspreken , anspreken , werkwoord , 1. aanspreken, toespreken 2. aandringen op betaling, vergoeding, op correcter gedrag 3. m.b.t. een voorraad geld: beginnen te gebruiken 4. gaan benutten 5. aangenaam of positief gevonden worden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanspreken , ansprèken , (werkwoord) , 1. aanspreken, het woord richten tot; 2. voor het gerecht dagen, ter verantwoording roepen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
aanspreken , aanspraeke , 1. aanspreken 2. ter verantwoording roepen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
aanspreken , aonspreeke , ònspreeke , sterk werkwoord , "aanspreken; Van Delft - - Iemand uit het volk, die een autoriteit wil raadplegen wijl hij meent verongelijkt te zijn, zegt, dat hij ""andere mannen zal aonspreken"" ofwel dat hij ""hoogerop zal gaon"". (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 110; 20-04-1929); ònspreeke; aanspreken; Pierre van Beek - aandere manne ònspreeke - hogere instanties om hulp aanklampen; — in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij sprikt aon; Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - AANSPREKEN – wkw - Tot iemand het woord richten."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
aanspreken , aanspraeke , aanspreken
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal