elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanstellen

aanstellen , anstellen, zich , zich gedragen; hij stelt zōk (of: hōm) nijt goud an = heeft geen goed levensgedrag; zich met iets (of iemand) niet goed anstellen = het voorwerp niet naar behooren hanteeren, er niet goed mee omgaan. – In Sivelgoo, enz. ’n vrou anstellen = eene vrouw aanschaffen, dat is trouwen; “Lank har’d er al om docht om zulf ’n wief an te stellen, moar och doar kwam nijt van.” Vgl. anzetten 1. Vgl. v. Dale art. aanstellen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aanstellen , anstellen* , (bld. 498), vergel. anzetten * 1 , alsmede Nederlandsch aanstellen, ook wat betreft bldz. 12.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
aanstellen , ånstellen , aanstellen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
aanstellen , ansteln , werkwoord, wederkerig , zich aanschaffen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
aanstellen , aasjtëlle , sjtëlde aan, haet of is aagesjtëlt , aanstellen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
aanstellen , anstellen , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. aanstellen Ze hebt veur dat wark een neie ambtenaar ansteld (Bov) 2. (wederk.) zich aanstellen Hie möt zuk niet zo anstellen, der scheelt hum niks (Sle), Hij kan zich soms zo kokkerachtig anstellen (Vri) 3. aanschaffen (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) Wij hebt een windscharm an esteld (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanstellen , ônstèlle , aanstellen , Wa kunde gi 'w aojge toch ônstèlle, ge moest toch vórt wiizer zén óp dieje lèèfté. Wat kan jij je zelf toch aanstellen, je moest toch voort wijzer zijn op die leeftijd.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
aanstellen , aonsjtelle , werkwoord , sjtelde aon, aongesjteld , benoemen
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
aanstellen , anstellen , (werkwoord) , stellen an, an-esteld , 1. aanstellen, kinderachtig doen; 2. benoemen in functie.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
aanstellen , ènstélle , overdrijven, aanstellen
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
aanstellen , ònstèlle , zwak werkwoord , ònstèlle – stèlde(n) aon - òngestèld , aanstellen, benoemen; zich abnormaal gedragen; Stèlt oewèège nie zo aon!; WBD III. 1. 4:96 'aansteller' = hansworst; Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - AANSTELLEN - in dienst stellen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal